| UK-1 | 01-03-2026 | Hull Ferry | Brough | 29 km |
| UK-2 | 02-03-2026 | Brough | Howden | 30 km |
| UK-3 | 03-03-2026 | Howden | Selby | 27 km |
| UK-4 | 04-03-2026 | Selby | Pollington | 25 km |
| UK-5 | 05-03-2026 | Pollington | Conisbrough | 37 km |
| UK-6 | 06-03-2026 | Conisbrough | Penistone | 34 km |
| UK-Y | 07-03-2026 | Selby | York | 30 km |
| Hull Ferry - Brough | ||
| Lengte: 29 km | Markering: | Traject: ★★★★☆ |
|
Na een goed ontbijt op de boot arriveren we op 1 maart 2026 in de ferry terminal van Hull, waar ik na de douane om half 9 direct met wandelen kan beginnen. De eerste kilometers worden gedomineerd door hekken en industrie, waarvan het bedrijf dat windmolenbladen maakt wel cool is. Het thema is vandaag de Humber, een estuarium waar ik het grootste deel van de dag langsaf loop. Eerst over een boulevard door het zuidelijke deel van Hull, daarna om het Albert Dock heen en langs een woonboulevard verder. Het waait weer best stevig, maar ook de zon begint zich te laten zien. Pas na een goede 10 kilometer eindigt de verharding voor het eerst en wat verderop wordt het nog leuker. Rond de imposante Humber Bridge, die ik de hele tijd al in zicht heb, is het relatief druk. Het wandelpad dat naar North Ferrisby loopt is mooier dan verwacht, waarschijnlijk lopen er daarom zoveel andere mensen. Aan het einde is er nog een bijzonder leuk bosje en cafeetje waar het gezellig druk is. Nu verlaat de route de Humber even, wat voor de afwisseling wel leuk is. Na North Ferriby loop ik over een op zondag verlaten industrieterrein en over een verrassend public footpath tussen enkele bedrijven door gaat het verder. Het is een beetje een rare mix tussen industrie en natuur, maar het loopt best leuk. Uiteindelijk kom ik weer uit bij de Humber, die ik nog een paar kilometer over een grasdijk moet volgen richting het doel voor vandaag: het stadje Brough. Daar loop ik nog een half uurtje rond alvorens ik de trein terug naar Hull in stap, want in Brough kon ik geen hotel vinden. 's Avonds loop ik nog een rondje door het centrum van Hull.
| ||
| Brough - Howden | ||
| Lengte: 30 km | Markering: | Traject: ★★★☆☆ |
|
Na een kort treinritje ga ik op 2 maart 2026 rond 9 uur weer verder met de wandeling. Het eerste stuk weer over een grasdijk langs de Humber, zoals de dag gisteren eindigde. Dan verlaat de route de Humber en gaat het over asfaltwegen naar Broomfleet, een aardig plaatsje met een mooi kerkhof. De route keert terug naar de Humber, die hier overgaat in de rivieren Ouse en Trent. Daar is weinig van te zien, want er staat veel riet tussen mij en het water in. Vanaf nu volgen we de Ouse, via het plaatsje Blacktoft (weer een mooie kerk) en dan over een grasdijk die na 5 kilometer wel een beetje eentonig wordt. Vanaf Saltmarshe gaat het over asfaltwegen verder naar Skelton en uiteindelijk naar Howdendyke, waar ik na een laatste blik op de Ouse de Trail voor vandaag verlaat. Ik loop naar Howden, waar de kerk(ruïne) interessant is. Ik overnacht in een fijne kamer boven een pub, waar de beef stew prima smaakt.
| ||
| Howden - Selby | ||
| Lengte: 27 km | Markering: | Traject: ★★★☆☆ |
|
Ik doe rustig aan vandaag, want in theorie is de etappe op 3 maart 2026 relatief kort. Via een public footpath bereik ik de Ouse en daarmee de trail weer. Vanaf hier volgt de trail de Ouse ruim 20 kilometer over een grasdijk, net als gisteren. Het loopt erg rustig, maar het is niet erg afwisselend. Gelukkig is het prachtig weer, de zon schijnt volop en de wind is niet meer zo aanwezig als de eerste twee dagen. Om het een beetje leuk te houden maak ik wat uitstapjes, zoals struinen over het Asselby Island, waar van een omgevallen boom een brug is gemaakt. Verderop loop ik een ommetje door Hemingbrough, waar weer een mooie kerk met bijbehorend kerkhof te vinden is. Ik bereik Selby wat later dan ik had verwacht. Het is een wat drukker stadje dan Howden. Naast veel winkels is er een abbey te vinden, die ik meteen bezoek, omdat hij om 4 uur sluit. Ik overnacht weer in een pub, direct naast de abbey, die ik vanuit mijn kamerraam kan zien.
| ||
| Selby - Pollington | ||
| Lengte: 25 km | Markering: | Traject: ★★★☆☆ |
|
Het is voorlopig kouder dan gisteren, als ik op 4 maart 2026 wederom aan de late kant Selby verlaat. De Trans Pennine Trail verlaat hier de Ouse, een welkome afwisseling. Ik verlaat Selby in zuidelijke richting, het Selby Canal volgend. Wat verderop passeer ik een vliegveld uit de Tweede Wereldoorlog. De route kenmerkt zich verder door asfaltwegen en landbouw. Hirst Courtney is een aardig lintdorp, waar de bewoners zich met hart en ziel inzetten voor mooi gras in de berm. Na een korte blik op de rivier Aire gaat het verder naar Snaith, dat aan diezelfde rivier ligt. Het kleine stadje kan me niet zo bekoren, de kerk en bijbehorend kerkhof zijn wel weer mooi. Na Snaith wordt de route weer wat leuker, maar ook drassiger. Over een erg modderig pad bereik ik een kanaal, dat ik nog een stukje in westelijke richting moet volgen. Ik doe erg rustig aan en geniet van de zon die inmiddels weer volop aanwezig is. Even na 3 uur arriveer ik in het Parkside guest house in Pollington. Dit is het kleinste plaatsje waar ik overnacht deze week, het heeft rond de 1000 inwoners. Er is niet veel te doen, maar er is wel een levendige pub iets verderop in de straat: The Kings Head, waar ik dineer.
| ||
| Pollington - Conisbrough | ||
| Lengte: 37 km | Markering: | Traject: ★★★★★ |
|
Na een DIY "continental" breakfast vertrek ik op 5 maart 2026 wel bijtijds, want de langste etappe die ik gepland heb ligt voor me. Door mistige velden gaat het naar een volgens mijn boekje "distinctively Dutch looking canal" dat een paar kilometer in zuidelijke richting gevolgd wordt. Daarna gaat het weer verder over asfaltwegen. Ik maak de route tegelijk korter, leuker en moeilijker door enkele alternatieve public footpaths te volgen, wat niet zo chique is als het klinkt. Ze lopen dwars door drassige akkers en natte schapen- en paardenweiden (maar zijn wel wettelijk beschermd, een even geniaal als bizar concept) Verderop volgen nette brede, halfverharde paden, deels over een oud spoortracé, waar ik eerder deze week al sporen van heb gezien. Het landschap begint langzamer wat meer bebost te worden en de zon komt weer volop door, een t-shirt is al snel warm genoeg. Rond half 2 bereik ik Bentley, het eerste plaatsje van formaat sinds Snaith gistermiddag en de eerste plaats waar ik de tocht vandaag zou kunnen beëindigen. Maar het gaat voorspoedig, dus loop ik conform meest ambitieus plan door naar Conisbrough. Dat gaat eerst over diezelfde spoorwegbedding, eerst wat druk met hondenuitlaters, we zitten hier tegen de stad Doncaster aan. Wat later gaat het langs de rivier Don, waar het weer heerlijk rustig is en verrassend mooi wordt. Het wordt heuvelachtige om me heen en er zijn imposante kalksteenwanden nabij de rivier. Het is een mooie finale van deze lange etappe, met als kers op de taart een blik op het Conisbrough viaduct (ooit spoorweg, nu fietspad). In Conisbrough neem ik de trein naar Doncaster, waar ik voor de rest van de week een appartement heb geboekt.
| ||
| Conisbrough - Penistone | ||
| Lengte: 34 km | Markering: | Traject: ★★★★★ |
|
Het is op 6 maart 2026 weer een kort treinritje vanuit het weinig aantrekkelijke Doncaster naar het aantrekkelijke stuk Trans Pennine Trail dat vanaf Conisbrough voor me ligt. Het weer is weliswaar "back to normal" zoals een lokale hondenuitlater het mooi beschrijft, de ochtend wordt gekenmerkt door motregen, maar heel vervelend is het niet. Fysiek gaat het wat minder soepel dan de rest van de week, er heeft nu dan toch enige blaarvorming plaatsgevonden. Maar de route maakt veel goed, het gaat bijna helemaal over halfverharde paden, eerst vooral parallel aan de rivier Dearne, die bij Conisbrough in de Don uitmondt. Op een uitstapje naar Harlington na gaat het zo eindeloos door, de etappe is bijna volledig "traffic free" Onderweg passeer ik de "midpoint marker" die me er aan herinnert dat ik nog een keer een week moet plannen om de trail af te maken. Nu loopt de route weer verder over oude spoorwegbeddingen en langzaam beginnen we te stijgen. Als ik de spoorwegbedding verlaat voor het laatste stukje naar mijn eindbestemming Penistone loop ik opeens midden door een heuvellandschap. Nog een verdraaid mooi stukje later bereik ik het station van Penistone. Dat ligt net voor het plaatsje zelf, dat ik niet meer bezoek. De terugreis naar Doncaster duurt ruim 1,5 uur, wat ook de reden is dat ik niet meer verder westelijk loop morgen. De treinreis naar de westzijde van de Pennines, die hier nu eindelijk beginnen, zou dan te lang worden. Hopelijk later dit jaar ga ik hier dus weer verder.
| ||
| Selby - York | ||
| Lengte: 30 km | Markering: | Traject: ★★★★☆ |
|
Omwille van de reistijd loop ik op 7 maart 2026 niet meer verder westwaarts. Het is tijd voor iets anders, maar ook weer niet. De Trans Pennine Trail heeft diverse aftakkingen en de variant van Selby naar York lijkt me een uitstekende afsluiting van deze wandelweek. Na een treinritje van 15 minuten ben ik weer in Selby, waar ik dag 3 eindigde. Ik verlaat Selby in noordelijke richting en mag weer een aantal kilometer de Ouse volgen. Mijn hoofd kan maar moeilijk bevatten dat de rivier die ik al tientallen kilometers volgde opeens landinwaarts stroomt. Blijkbaar hebben de getijden hier nog steeds grote invloed, wat ik eigenlijk wel had kunnen weten als ik het uiterlijk van de oevers beter geïnterpreteerd had. Daarna gaat het verder over een oude spoorwegbedding, waarbij het alleen jammer is dat die de eerste drie kilometer in een autoweg is omgevormd. Na het plaatsje Riccall loopt de spoorbedding als fietspad verder door tot de rand van York. Langs het fietspad is een ruim 10 kilometer lang schaalmodel van het zonnestelsel gemaakt en ook de kunstzinnige visser op de spoorbrug over de Ouse is wel leuk. De laatste kilometers naar het centrum van York gaan langs een grote paardenracebaan en daarna weer langs de Ouse, tot in het centrum van York. Ik heb nog een paar uur om het centrum van York te bekijken, dat is ook al wel lang genoeg. Het is een bijzondere mooie stad, maar ook behoorlijk druk. Het helpt vast niet mee dat het zaterdagmiddag is. Een treinritje van slechts 22 minuten brengt me tot slot weer terug in Doncaster.
| ||